In deze wereld is feitelijk een overproductie van goederen. Via ketens als de Action, Blokker, Zeeman, Big Bazar en het internet vinden deze producten een weg. Het heeft te maken met een economisch model. Productie betekent inkomen en werk voor mensen. Ook in de hifi is dat model herkenbaar. Er zijn te veel luidsprekers, te veel kabels en te veel versterkers. Een strategie is om elk halfjaar met nieuwe modellen te komen. Met zogenaamde verbeteringen, waardoor de consument weer hapt. Je houdt als bedrijf dan je inkomen en het werk op peil. Een ander model heeft te maken met vernieuwing als het echt zinvol is en het lang(er) vasthouden aan bestaande producten. Je ziet dat wat vaker bij kleinere producenten, die nog vanuit bevlogenheid met geluid opereren. De grotere, door aandeelhouders gestuurde, audio-bedrijven melken alleen de merknamen uit en komen vaak met producten die een korte lifecycle hebben. Tussen deze beide uitersten is er nog een enorme diversiteit aan economische modellen. Een economisch model heeft ook een relatie met duurzaamheid en met kwaliteit. Veel audiobedrijven, die gestuurd worden door aandeelhouders, willen zo laag mogelijke productiekosten. Technische ontwerpers maken dan een mooi product, maar de commercie gaat daar vervolgens overheen met het rode potlood. Die lagere productiekosten leiden niet altijd tot een lagere prijs voor de consument. Bij veel zogenaamde high-end producten is sprake van een absurde prijsontwikkeling. In vergelijking met vroegere decennia staat de levensduur van veel producten onder druk. Dat komt door de toepassing van kwalitatief mindere componenten, constructies en het toepassen van componenten op de grens van de tolerantie. Het heeft ook te maken met de invloed van software, als onderdeel van de meeste nieuwe audio-apparatuur. Als een apparaat na vijf jaar technisch gezien nog in orde is, dan stopt de fabrikant vaak met software-updates, wordt overgenomen of verdwijnt van de markt. Vaak is de hele omliggende techniek van smartphones, protocollen, besturingssystemen en connecties zodanig veranderd, dat een apparaat niet meer past (en werkt) in de nieuwe omgeving. Dat staat allemaal haaks op wat er gebeurde in vroeger decennia. Veel audio-apparatuur uit het tijdvak tussen 1945-1980 werkt nog dagelijks, probleemloos en is vaak eenvoudig te servicen. De geluidskwaliteit van de betere ‘vintage’ apparatuur doet in het algemeen niet onder voor wat we vandaag kennen. Maar, de huidige economie is niet gediend met een versterker of cd-speler die dertig jaar probleemloos mee kan gaan. De korte levensduur van veel moderne apparaten heeft te maken met de toepassing van software, maar ook met de toepassing van allerlei complexe technieken. Het wordt toegepast omdat het er is en niet omdat het altijd zinvol is. Al die afstandsbedieningen met apps, fraaie displays, touch-bediening, spraakbediening enzovoorts strelen het ego, maar zijn vaak volledig overbodig, los van het gebruik voor echt moderne apparaten, zoals streamers en servers. Maar, met een Sansui, Pioneer of Marantz versterker uit vervlogen tijden, met van die super degelijke schakelaars en draairegelaars, kun je al decennialang naar muziek luisteren.

Klik voor bron | Smarthomemagazine.nl

Over de auteur

Ad Min

admin

Leave a Comment